Borstkanker (Mammapoli)

Heeft u een knobbeltje in de borst, een afwijking op de borstfoto (mammografie) van het bevolkingsonderzoek of een andere afwijking aan de borst? Dan kunt u met een verwijzing van de huisarts terecht bij de ervaren specialisten van onze Mammapoli.

Het team met verschillende gespecialiseerde medisch specialisten (zoals chirurg, plastisch chirurg, radioloog, oncoloog, radiotherapeut) en verpleegkundig specialisten houden zich voornamelijk met borstafwijkingen en borstkanker bezig. De nauwe samenwerking tussen de specialisten heeft grote voordelen voor u als patiënt. Zo kunnen tijdens het eerste polibezoek de eerste onderzoeken meteen gepland worden. U krijgt in de meeste gevallen diezelfde dag ook de voorlopige uitslag van het onderzoek, zodat u direct weet waar u aan toe bent. Een of twee dagen later volgt de afspraak met de definitieve uitslag en spreken wij het behandelplan met u door.

De chirurgen en plastisch chirurgen van de Mammapoli zijn gespecialiseerd in het 'oncoplastisch opereren': het kwaadaardige weefsel verwijderen met een cosmetisch mooi resultaat. Ook hebben wij veel ervaring met directe reconstructie na een borstamputatie.

Kwaliteit staat voorop

Het Reinier de Graaf is uitgeroepen tot het beste ziekenhuis van regio Haaglanden als het gaat om borstkankerzorg. Hiervoor ontvingen wij in 2018 voor de achtste keer het Roze Lintje van de Borstkankervereniging Nederland (BVN). Met dit kerkmerk voldoet het mammateam van het ziekenhuis aan de kwaliteitscriteria die zijn opgesteld en beoordeeld door de BVN. Lees ook het nieuwsbericht.

De verpleegkundig specialist bekijkt en onderzoekt tijdens het lichamelijk onderzoek de borsten van de patient.

Borstkanker

De borst bestaat voornamelijk uit vet- en bindweefsel, melkklieren en melkbuisjes. Deze melkbuisjes vervoeren melk vanuit de klieren naar de tepel. Onder invloed van hormonen en tijdens verschillende fasen in het leven, zoals puberteit, zwangerschap en bij het geven van borstvoeding verandert de samenstelling van de borst. Borstkanker kan op alle plaatsen in de borst ontstaan, maar meestal begint het in de melkklieren of melkbuisjes. Kanker kan ontstaan door ongeremde deling van beschadigde lichaamscellen. Het komt met name voor bij vrouwen, maar ook mannen kunnen borstkanker krijgen: 1 op de 100 borstkankerpatiënten is man. Bij borstkanker kunnen de borsten er soms anders uitzien of anders aanvoelen dan normaal of er is een knobbeltje te voelen, maar dat hoeft zeker niet altijd.

In Nederland krijgt één op de acht vrouwen borstkanker. Per jaar komen er ongeveer 15.000 vrouwen (en ca. 130 mannen) met borstkanker bij. Bij vroegtijdige ontdekking is de kans op genezing vrij groot. Toch overlijden jaarlijks meer dan 3.000 mensen aan de gevolgen van deze ziekte. Onze artsen, verpleegkundigen en onderzoekers zetten zich iedere dag maximaal in om borstkankerpatiënten de meest optimale behandeling te geven, met de hoogste kwaliteit van leven.  

Oorzaak

De oorzaak van borstkanker is vaak niet duidelijk. Sommige vrouwen lijken gevoeliger voor het krijgen van borstkanker dan andere. Wel zijn er een aantal risicofactoren die de kans op borstkanker kunnen verhogen. Zo blijkt uit onderzoek dat roken, dagelijks alcoholgebruik, overgewicht tijdens en na de overgang, weinig lichaamsbeweging, het slikken van de pil, geen borstvoeding geven, weinig of geen kinderen krijgen en erfelijkheid de kans op borstkanker (in meer of mindere mate) te verhogen.

Bij 5 tot 10% van de vrouwen met borstkanker speelt erfelijkheid een rol. Iemand met een erfelijke aanleg voor borstkanker heeft ook meer risico op het krijgen van deze ziekte.

Klachten

Borstkanker geeft lang niet altijd klachten. Meestal zijn er zelfs helemaal geen klachten, zeker niet in een vroeg stadium. Klachten die zouden kunnen passen bij het hebben van borstkanker zijn bijvoorbeeld:

  • Een knobbeltje in de borst;
  • Een deukje of kuiltje in de huid;
  • Een ingetrokken tepel;
  • Schilfering, roodheid, zwelling of ee plekje dat op eczeem lijkt;
  • Bruin of bloederig vocht uit de tepel;
  • Een rode borst, die warm aanvoelt;
  • Soms is de huid dikker en zitten er putjes in, zoals een sinaasappelschil;
  • Een wondje op de borst dat niet wil genezen;
  • Een zwelling in de oksel. 

Heeft u een knobbeltje of een van de bovengenoemde klachten?

Als u een knobbeltje ontdekt, of een van de andere bovenstaande klachten bemerkt, is het belangrijk dat u zich medisch laat onderzoeken. Ook bij twijfel adviseren wij u toch contact op te nemen met de huisarts. U kunt, op doorverwijzing van de huisarts, op zeer korte termijn (binnen 1 of 2 dagen) bij onze Mammapoli terecht. Bij 75% van alle vrouwen die bij ons komen voor verder onderzoek is er geen sprake van borstkanker.

Hoe voelt een knobbeltje aan?

De borsten voelen altijd wel wat bobbelig aan. Dat komt door de vele melkkliertjes in de borst waar bindweefsel omheen zit. Met name rondom de menstruatie kunnen de melkkliertjes iets opzwellen waardoor dit effect wordt versterkt.

Met een knobbeltje in de borst wordt een verdikking bedoeld die anders aanvoelt dan de bobbeltjes die u normaal voelt in de borst. Een knobbeltje is pas voelbaar als deze groter is dan een diameter van minimaal 1 a 2 cm. Een knobbeltje doet meestal geen pijn en kan verschillend aanvoelen. Bijvoorbeeld op de volgende manieren:

  • Als een knikker;
  • Als een plekje dat harder of stugger aanvoelt dan de rest van de borst;
  • Als een verdikte schijf of een strengetje achter de tepel;
  • Alleen medisch onderzoek kan uitwijzen of een knobbeltje in de borst goedaardig of kwaadaardig is.

Foto: Radioloog maakt een mammografie (röntgenfoto) van de borst(en) van de patiënt.

Diagnose

Wanneer u klachten heeft of als u bent doorverwezen door uw huisarts (bijvoorbeeld door uitkomst van het bevolkingsonderzoek), wilt u zo snel mogelijk duidelijkheid. Om u deze duidelijkheid te kunnen geven, maken we gebruik van verschillende technieken. Tijdens uw eerste bezoek aan de Mammapoli wordt u eerst gezien door de verpleegkundig specialist. Er zullen u eerst een aantal vragen gesteld worden, zoals:

  • Heeft u klachten en zo ja, hoe lang al?
  • Menstrueert u nog?
  • Komt er borstkanker in de familie voor?
  • Heeft u eerder een borstonderzoek of -operatie gehad?
  • Heeft u kinderen?
  • Gebruikt u medicijnen?
  • Heeft u andere aandoeningen?

De verpleegkundig specialist zal tijdens het lichamelijk onderzoek uw borsten bekijken en onderzoeken. Aansluitend gaat u naar de radioloog voor een mammografie (röntgenfoto) van uw borst(en), al dan niet in combinatie met een echografisch onderzoek. Afhankelijk van de uitslag wordt er een stukje weefsel weggehaald door een punctie (prikje) of biopt (groter stukje weefsel).

Foto: Verpleegkundig specialist verziet de patiënt van alle noodzakelijke informatie.

PET/CT-scan

Dit is een bijzondere röntgentechniek waarbij u heel langzaam door een ringvormige scanner wordt bewogen. Deze scanner maakt veel afbeeldingen van kleine stukjes van het lichaam, een dwarsdoorsnede. Met deze meetgegevens stelt de computer een röntgenfoto samen. De plaats, grootte en uitbreiding van een eventuele tumor kunnen door deze scan in beeld worden gebracht.

Behandeling

Bij borstkanker zijn verschillende behandelingen mogelijk. Elke behandeling heeft voor- en nadelen en een behandeling kan veel invloed hebben op uw dagelijks leven. Daarom kiest het mammateam samen met u de behandeling die het beste bij uw persoonlijke situatie past: ‘samen beslissen’. Onze online keuzehulp kan u hierbij helpen. De mogelijke behandelingen zijn:

  • Een operatie;
  • Een nabehandeling met bestraling (radiotherapie);
  • Een nabehandeling met celdodende medicijnen (chemotherapie);
  • Een nabehandeling met hormoonpreparaten (hormonale therapie);
  • Een nabehandeling met doelgerichte therapie (antilichaam behandeling)
  • In sommige gevallen wordt gekozen om eerst chemotherapie te geven en daarna pas te opereren (dat heet ‘neo adjuvante chemotherapie’).

Foto: Patiënt krijgt via een infuus chemo toegediend.

Vast aanspreekpunt

Juist omdat de behandeling bij borstkanker vaak uit meerdere onderdelen bestaat, heeft u bij ons tijdens het hele traject een vast aanspreekpunt. De casemanager informeert u over de verschillende behandelingen en u kunt er altijd terecht met uw vragen en problemen.

Online keuzehulp

Borstkankerpatiënten willen wij zo goed mogelijk begeleiden bij de moeilijke keuzes die ze moeten maken. Bijvoorbeeld wel of geen amputatie en wat voor reconstructie. De keuzehulp kan patiënten hierbij helpen. De patiënt krijgt van ons een persoonlijke inlogcode. Daarbij krijgt de patiënt van de arts informatie of het een borstsparende behandeling of een volledige borstverwijdering wordt. Al dan niet met voorbehandeling en met verschillende opties. Ook wordt op een tekening aangegeven waar de tumor zit.

De patiënt kan daarna thuis inloggen op een landelijke website en in alle rust de informatie doornemen. In de keuzehulp doorloopt ze een aantal stappen. Eerst krijgt ze informatie over de diagnose borstkanker. Daarna komen de verschillende behandelopties aan bod. Met stellingen kan de patiënt haar voorkeur voor een bepaalde behandeling helder krijgen. Ook worden vragen beantwoord over bijvoorbeeld wat chemotherapie en/of hormoon therapie met je doet en wat je wint met bestraling. Daarnaast helpen de oncoloog en de radiotherapeut u met online informatie. Welke beslissing uiteindelijk wordt genomen, hangt mede af van wat de patiënt belangrijk vindt.

Operatie

In bijna alle gevallen hoort een operatie bij de behandeling van borstkanker. Het gaat dan om een borstoperatie en een okseloperatie. Voor een borstoperatie bestaan drie mogelijkheden:

a. Borstsparende operatie

Bij een borstsparende operatie wordt de tumor ruim weggesneden, met een rand van gezond borstweefsel hier omheen. De rest van de borst blijft intact en wordt na verwijdering van de tumor gereconstrueerd.

Een borstsparende operatie is mogelijk als de tumor helemaal verwijderd kan worden terwijl het resultaat van de operatieve ingreep cosmetisch acceptabel is. Wanneer de tumor te groot is of wanneer er meerdere tumoren in verschillende delen van de borst aanwezig zijn, is deze operatie niet mogelijk. De borst moet na de borstsparende operatie altijd worden bestraald (afdeling radiotherapie) om eventueel achtergebleven tumorcellen onschadelijk te maken. Meer informatie over radiotherapie

Foto: De schildwachtklier wordt door één van de onderzoekers gemarkeerd door met een viltstift een kruisje op de huid van de oksel te zetten.

Foto: De radiotherapeut bepaalt nauwkeurig de hoeveelheid straling en de plek waar patient wordt bestraalt.

b. Borstamputatie

In een aantal gevallen is het niet mogelijk een borstsparende operatie uit te voeren. Het gaat dan om een te grote tumor (in relatie tot de borst), of om meerdere tumoren. Ook als een patiënt niet (nog een keer) bestraald kan worden moet de hele borst worden verwijderd. Het kan ook uw eigen wens zijn om geen borstsparende operatie te ondergaan.

Bij een borstamputatie wordt de borst volledig verwijderd. Hierbij wordt soms de tepel met het tepelhof en de omliggende huid met de borstklier weggenomen. In andere gevallen kan de tepel worden gespaard. Dit gaat dan wel altijd samen met een directe reconstructie van de borst. De ondergelegen spier wordt intact gelaten.

c. Borstamputatie met directe reconstructie, al dan niet tepelsparend 

Voor een reconstructie na een borstamputatie is meestal niet direct voldoende huid aanwezig. Met name als de tepel niet kan worden gespaard. Daarbij is de borstspier te kort om de gehele definitieve prothese te bedekken.

In dat geval kan een tijdelijke prothese worden gebruikt om de huid en de borstspier op te rekken. Deze tijdelijke prothese is vergelijkbaar met een lege ballon. Via het litteken van de amputatie wordt de prothese onder de grote borstspier ingebracht. De spier vormt zo een beschermende laag tussen de huid en de prothese en kan samen met de huid worden opgerekt. De tijdelijke prothese wordt later vervangen door de definitieve. De hele behandeling, van het inbrengen van de tijdelijke prothese tot het plaatsen van de definitieve prothese, duurt ongeveer zes maanden.

Nazorg

Wij vinden het belangrijk dat patiënten na behandeling de draad van hun leven weer oppakken. Naast dat zij elk jaar voor medische controle komen is er het eerste jaar na afronding van de behandeling extra aandacht voor het herstel. We blikken dan terug op de diagnose- en behandelfase, staan stil bij hoe het nu gaat en kijken vooruit. We geven persoonlijke informatie en praktische tips en verwijzen zo nodig naar specifieke hulpverleners. Het is maar net wat iemand nodig heeft om goed te herstellen en verder te kunnen.

Samen beslissen over kanker

Als u kanker heeft, moet u vaak in korte tijd een besluit nemen over uw behandeling. Die behandeling kan ingrijpende gevolgen hebben voor uw leven, zowel op korte als op langere termijn. Om zelf mee te kunnen beslissen over uw behandeling informeert de specialist u zorgvuldig over de mogelijkheden, de gevolgen van de behandeling op uw dagelijkse leven voordat deze samen met u de uiteindelijke beslissing neemt. Weet ook dat u bedenktijd heeft.

 

Voordat u van de behandelend specialist een advies krijgt voor uw behandeling, wordt uw situatie met de andere specialisten van het behandelteam besproken. Deze specialisten werken intensief met elkaar samen en overleggen wekelijks over alle kankerpatiënten. Gezamenlijk stellen zij een advies voor uw behandelplan op. Meer informatie over samen beslissen krijgt u in deze video

 

Heeft u vragen?

Onze verpleegkundig specialisten beantwoorden graag uw vragen. U kunt op werkdagen bellen tussen 08.30 en 16.30 uur op (015) 260 39 35. Voor verdere informatie kunt u ook kijken op Borstkanker Vereniging Nederland.

Afspraak maken

De Mammapoli is op werkdagen telefonisch bereikbaar van 8.30 tot 16.30 uur via (015) 260 39 35.

Voor een borstfoto (mammografie)
tel: (015) 260 39 91

Folders (in PDF)