Dikke darmkanker

De dikke darm zit aan het eind van het spijsverteringskanaal. Voor de dikke darm ligt de dunne darm. Het laatste stukje van de dikke darm is de endeldarm en aan het eind hiervan zit de anus. Daar verlaat het onverteerde voedsel als ontlasting het lichaam. De dikke darm is ongeveer 80 tot 100 cm lang.

Darmkanker (coloncarninoom) is een van de meest voorkomende vormen van kanker in Nederland. Het is een ziekte die voornamelijk op een wat oudere leeftijd (boven de 55 jaar) voorkomt. Vanaf 2014 is in Nederland gestart met het bevolkingsonderzoek waardoor meer mensen met deze vorm van kanker kunnen worden opgespoord. Bij ongeveer 5% van alle gevallen van dikke darmkanker is sprake van een erfelijke vorm van darmkanker. Bij 15 tot 20% van alle patiënten met darmkanker komt de vraag naar een familiaire aanleg naar voren. Bijvoorbeeld omdat de ziekte op een jonge leeftijd werd vastgesteld of omdat er binnen de familie meerdere personen zijn met poliepen in de darm.

Oorzaak

De oorzaak van dikke darmkanker is vaak niet duidelijk. Gezonde voeding en voldoende beweging is belangrijk bij het voorkomen van darmkanker. Zo blijkt uit onderzoek dat overgewicht de kans op dikke darmkanker vergroot. Ook het eten van rood en bewerkt vlees kan het risico op dikke darmkanker vergroten. Met bewerkt vlees worden bijvoorbeeld worst en vleeswaren bedoeld. Onder rood vlees vallen rund- en varkensvlees.

Klachten

De klachten die bij dikke darmkanker optreden, zijn sterk afhankelijk van de plaats van de tumor. Als de tumor in het begin van de dikke darm (rechts in de buik) zit, worden klachten vaak pas in een later stadium opgemerkt dan wanneer de tumor in het laatste deel van de darm (linksonder in de buik) zit. In het begin van de dikke darm is de ontlasting namelijk nog dun, waardoor deze massa de tumor makkelijk passeert. Mogelijke klachten zijn:

  • Vermoeidheid en duizeligheid door bloedarmoede; 
  • Chronisch bloedverlies in de dikke darm veroorzaakt deze bloedarmoede. Dit merkt u zelf niet; 
  • Vage buikpijn;
  • Een gevoelige plek in de buik.

In het laatste deel van de dikke darm (linksonder in de buik) is de ontlasting al ingedikt. Als daar een tumor zit, bemoeilijkt deze de doorgang van de ontlasting. Mogelijke symptomen zijn:

  • Veranderingen in het ontlastingspatroon, bijvoorbeeld verstopping of afwisselend verstopping en diarree; 
  • Bloed en/of slijm bij de ontlasting; 
  • Zitpijn; 
  • Loze aandrang. Dit is het gevoel dat er ontlasting moet komen, maar bij naar het toilet gaan komt er niets of een klein beetje.

Als u klachten heeft die op dikke darmkanker kunnen wijzen, is het verstandig om op tijd naar uw huisarts te gaan. De huisarts luistert naar uw klachten en doet lichamelijk onderzoek. Afhankelijk van uw klachten zal de huisarts u doorverwijzen naar een maag-darm-leverarts of internist in het ziekenhuis voor aanvullend onderzoek.

Lees hier het patientverhaal van Aad Torenstra waarbij darmkanker werd vastgesteld na het tweejaarlijkse darmkankeronderzoek. 

Diagnose

Wanneer u klachten heeft, of bij het bevolkingsonderzoek is iets gevonden, is het belangrijk om zo snel mogelijk duidelijkheid te hebben. Om u deze duidelijkheid te kunnen geven, gebruiken wij verschillende geavanceerde technieken. Dikke darmkanker wordt vastgesteld door een kijkonderzoek van de darm. Dit heet een colonoscopie of een endoscopie. Ter voorbereiding hierop is er een ‘Pre-scopie’ spreekuur dat u kunt bezoeken.

Colonoscopie

Bij een colonoscopie onderzoekt de maag-darm-leverarts uw dikke darm met een flexibele buis met een cameraatje. Een colonoscopie vindt plaats onder een roesje zodat u het onderzoek gemakkelijker kunt doorstaan. Eventuele poliepen worden verwijderd. Als er een verdachte afwijkingen wordt gezien dan wordt een stukje weefsel weggenomen. Dit heet een biopsie. Het biopt wordt vervolgens door de patholoog-anatoom in ons laboratorium onderzocht op kankercellen. Dit onderzoek neemt zo’n drie tot vijf dagen in beslag. Na het onderzoek slaapt u uit op de dagbehandeling. Daarna krijgt u alle afspraken mee voor de vervolgonderzoeken.

Bloedtest

In het bloed kan een specifiek eiwit (Carcino Embryonaal Antigeen = CEA) worden gemeten. Een hoog gehalte aan CEA kan op darmkanker wijzen.

PET-CT-scan

Dit is een bijzondere röntgentechniek waarbij u heel langzaam door een ringvormige scanner wordt bewogen. Deze scanner maakt veel afbeeldingen van kleine stukjes van het lichaam, een dwarsdoorsnede. Met deze meetgegevens stelt de computer een röntgenfoto samen. De plaats en uitbreiding van een eventuele tumor kunnen door deze scan in beeld worden gebracht.

Longfoto

Dit is een röntgenfoto waarbij de longen worden afgebeeld.

Aanvullende onderzoeken

Het is mogelijk dat de arts aanvullend onderzoek voor u aanvraagt zoals: echografie, MRI, of een PET/CT-scan. Hierover ontvangt u dan aanvullende informatie.

 

Behandeling

Uit alle onderzoeken maakt de arts op of u darmkanker heeft en in welke mate de darmkanker zich in het lichaam heeft uitgebreid. Voor het vaststellen van de behandeling is het belangrijk om te weten hoe groot de tumor is, in welke mate de tumor is doorgegroeid in omliggend weefsel en of er uitzaaiingen zijn in lymfklieren en/of organen.

De belangrijkste methoden om dikke darmkanker te behandelen zijn een operatie en/of chemotherapie. Een behandeling zal altijd afgestemd zijn op uw individuele situatie. Dit zal met u worden besproken om zo gezamenlijk tot een keuze van behandeling te kunnen komen.

Operatie

Als er geen uitzaaiingen zijn vastgesteld, is een operatie de eerste behandeling van dikke darmkanker. De omvang en de duur van de operatie hangen af van de plaats en de grootte van de tumor. Tijdens deze operatie worden de tumor, de nabijgelegen lymfeklieren, de nabijgelegen bloedvaten en een marge gezond weefsel verwijderd. Zo mogelijk worden de twee uiteinden van de gezonde dikke darmlissen daarna weer aan elkaar gehecht. Deze verbinding heet een anastomose. Het uitgenomen stuk zieke darmweefsel wordt daarna door de patholoog anatoom onderzocht onder de microscoop.

Er kunnen redenen zijn, waarom het niet mogelijk of niet veilig is om een nieuwe darmverbinding te maken. In dat geval kan er gekozen worden om een stoma aan te leggen. Daarbij wordt een (tijdelijk of definitieve) uitgang gemaakt door een gedeelte van de darm naar buiten te brengen op het niveau van de huid op de buik en vast te hechten aan de buikwand. De ontlasting verlaat dan via de buikwand het lichaam en deze dient opgevangen te worden in een zakje.

Het streven is, om de operatie te verrichten met een ‘kijkoperatie’ of ‘laparoscopie’. Dat betekent dat de toegang tot de buikholte wordt verkregen door kleine ‘sleutelgat-openingen’ in de buikwand waardoor de chirurg de camera en de instrumenten in de buik brengt en de darm losmaakt en het stuk ‘zieke darm’ wegneemt. Deze techniek heeft een aantal voordelen ten opzichte van een ‘open operatie’ waarbij een grotere snee (verticaal nabij de navel) in de buik gemaakt moet worden. Patiënten die een kijkoperatie ondergaan, zouden minder pijnklachten ervaren, minder bloedverlies ondervinden en sneller herstellen. Op de langere termijn is het risico op een littekenbreuk ook kleiner.

Chemotherapie

Als er een operatie heeft plaatsgevonden, kan aanvullende chemotherapie worden geadviseerd op basis van het weefselonderzoek door de patholoog. Bij uitzaaiingen van dikke darmkanker kan ook chemotherapie worden overwogen. Chemotherapie is de behandeling van kanker met medicijnen die de celdeling remmen. De medicijnen heten cytostatica. Als uw arts deze behandeling voorschrijft dan krijgt u specifieke informatie hierover.

Samen beslissen over kanker

Als u kanker heeft, moet u vaak in korte tijd een besluit nemen over uw behandeling. Die behandeling kan ingrijpende gevolgen hebben voor uw leven, zowel op korte als op langere termijn. Om zelf mee te kunnen beslissen over uw behandeling informeert de specialist u zorgvuldig over de mogelijkheden, de gevolgen van de behandeling op uw dagelijkse leven voordat deze samen met u de uiteindelijke beslissing neemt. Weet ook dat u bedenktijd heeft.

Voordat u van de behandelend specialist een advies krijgt voor uw behandeling, wordt uw situatie met de andere specialisten van het behandelteam besproken. Deze specialisten werken intensief met elkaar samen en overleggen wekelijks over alle kankerpatiënten. Gezamenlijk stellen zij een advies voor uw behandelplan op. Meer informatie over samen beslissen krijgt u in deze video

Heeft u vragen?

Neemt u dan contact op met polikliniek MDL/GE Chirurgie op werkdagen bereikbaar van 8.30 tot 16.30 uur op (015) 260 32 20.

Illustraties zijn beschikbaar gesteld door Roche Nederland.

Heeft u vragen?

Neemt u gerust contact op met polikliniek MDL/GE Chirurgie.
Op werkdagen bereikbaar van 8.30 tot 16.30 uur op (015) 260 32 20.

E-mailen kan naar gechirurgie@rdgg.nl

Second opinion?

Twijfelt u over de diagnose of het behandelplan? U heeft het recht om een second opinion aan te vragen.

Informeer naar de mogelijkheden en bel ons op (015) 260 32 20.

 

Handige links

Aanvullende informatie over kanker vindt u op:

Verwijsgids Kanker

Kanker.nl

De invloed van kanker op uw leven