Eierstokkanker

Eierstokkanker is een kwaadaardige aandoening die uitgaat van het weefsel van de eierstok. Kankercellen kunnen losraken en in de buikholte terechtkomen, waar ze met het buikvocht worden meegenomen. Zo kunnen er uitzaaiingen ontstaan in de lymfeklieren, in de buikholte, bij het middenrif en eventueel de longen. Ook kan door de uitzaaiingen het buikvlies extra vocht aanmaken, dat zich in de buik ophoopt (ascites). 

In Nederland wordt jaarlijks bij ca. 1.100 vrouwen eierstokkanker (ovariumcarcinoom) vastgesteld. Meestal komt deze vorm van kanker voor bij vrouwen vanaf 70 jaar, maar soms ook op jongere leeftijd. Eierstokkanker kan in één of beide eierstokken voorkomen of ontstaan in het buikvlies (extra-ovarieel ovariumcarcinoom).

Oorzaak

Er is geen duidelijke oorzaak bekend voor het ontstaan van eierstokkanker. Uit cijfers blijkt dat eierstokkanker vaker voorkomt bij vrouwen zonder kinderen en bij vrouwen met weinig kinderen. Door een groot aantal zwangerschappen lijkt de kans op eierstokkanker dus kleiner te worden. Ook het gebruik van de pil verlaagt het risico op eierstokkanker. Het voorkómen van een eisprong lijkt dus een beschermende werking te hebben. Bij ongeveer 10 procent van de mensen is erfelijkheid de oorzaak van eierstokkanker.

Klachten

Eierstokkanker geeft vaak pas laat klachten. Meestal zijn er zelfs helemaal geen klachten, zeker niet in een vroeg stadium. Pas als de eierstok groter wordt of als er vocht in de buikholte ontstaat, kunt u het gevoel krijgen dat uw buik steeds dikker wordt, dat er iets in uw buik zit of krijgt u vage maag- of darmklachten. Een enkele keer kan de eierstok om zijn eigen as draaien en zo acute pijn veroorzaken en soms is er onregelmatig bloedverlies. Breidt eierstokkanker zich uit, dan kunt u last hebben van:

  • Een opgeblazen gevoel of dikke buik: dit merkt u vaak doordat kleren niet goed meer passen;
  • Bij toename van de buikomvang kan dit ook tot kortademigheid leiden;
  • Vol gevoel en/of moeite met eten;
  • Misselijkheid;
  • Bekken- of buikpijn;
  • Vaker dan normaal plassen; 
  • Verstopping.

Deze klachten hoeven niet automatisch te betekenen dat u eierstokkanker heeft. Ze kunnen ook een andere oorzaak hebben.

Diagnose

Wanneer u klachten heeft, of het vermoeden bestaat dat u eierstokkanker heeft, is het belangrijk om zo snel mogelijk duidelijkheid te hebben. Om u deze duidelijkheid te kunnen geven, gebruiken wij verschillende geavanceerde technieken. Vaak voeren we een combinatie van deze onderzoeken uit. Voorbeelden hiervan zijn:

Uitwending onderzoek

Bij het uitwendig onderzoek bekijkt de arts uw buik, schaamlippen en buitenkant van de vagina. 

Bloedonderzoek

Het bloed wordt onderzocht op tumormerkstoffen. Tumormerkstoffen zijn een soort eiwitten. De waarde van deze stoffen kan verhoogd zijn bij eierstokkanker.. Eén van de tumormerkstoffen bij eierstokkanker is CA125 (carcinogenic antigen). Bij 8 van de 10 vrouwen met gevorderde eierstokkanker is de waarde van deze stof in het bloed verhoogd, en bij 4 van de 10 vrouwen met een vroeg stadium. Ook kan de waarde van het CA125 verhoogd zijn als er vleesbomen in de baarmoeder aanwezig zijn of bij een ontsteking in de buikholte. Wanneer eierstokkanker en borstkanker vaker in uw familie voorkomen kan de arts voorstellen om onderzoek in het bloed te doen naar de aanwezigheid van het BRCA1 of BRCA2 gen.

PET-CT-scan (evt. in combinatie met FDG)

Dit is een bijzondere röntgentechniek waarbij u heel langzaam door een ringvormige scanner wordt bewogen. Deze scanner maakt veel afbeeldingen van kleine stukjes van het lichaam, een dwarsdoorsnede. Voor de PET-scan gebruiken we in veel gevallen FDG, een radioactieve stof die wordt toegediend via een infuus. Dit is een soort radioactief suiker. FDG kan de celdeling goed in beeld brengen omdat voor celdeling veel suiker nodig is. Afwijkende cellen hebben vaak een hogere suikerbehoefte dan gewone lichaamscellen en nemen hierdoor dus meer van de radioactieve suiker op. Een PET-scanner maakt deze cellen goed zichtbaar. In combinatie met de röntgenstraling van de CT-scanner in dit apparaat kunnen we vervolgens nauwkeurig de plaats van de cellen in het lichaam bepalen.

Vaginale Echografie

Een echografie is een onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van geluidsgolven. Door middel van een zender in de zogenaamde echokop worden geluidsgolven via de huid naar het te onderzoeken gebied gestuurd. Deze geluidsgolven worden weer teruggekaatst naar de echokop. Vervolgens worden deze golven omgezet in beelden op een monitor waarmee de echokop in verbinding staat. Op deze manier kunnen organen en weefsel worden bekeken en een eventuele tumor kan in beeld worden gebracht.

MRI (Magnetic Resonance Imaging)

Dit is een soort CT-scan, waarbij in plaats van röntgenstralen een magnetisch veld wordt gebruikt. Hiervoor ligt u in een ringvormige scanner.

Behandeling

De soort behandeling van eierstokkanker hangt af van het stadium waarin de ziekte zich bevindt. Is één eierstok aangetast, dan wordt deze operatief weggehaald. Als voor de operatie uitzaaiingen zijn vastgesteld of het vermoeden daarop, dan kan de arts (gynaecoloog) besluiten om bij de operatie beide eierstokken en mogelijk ook de baarmoeder weg te halen. Tijdens de operatie bekijkt de arts of er mogelijk uitzaaiingen zijn in de buikholte, in het vetschort in de buik, de lever, het middenrif en de lymfklieren. Van deze gebieden worden stukjes weefsel (biopten) afgenomen voor microscopisch onderzoek. Ook het buikvocht wordt microscopisch onderzocht. Het afnemen van deze biopten heeft geen nadelige gevolgen voor de patiënt.

Behandeling bij uitzaaiingen

Bij duidelijke uitzaaiingen verwijdert de gynaecoloog niet alleen de eierstokken, de baarmoeder en het vetschort in de buik maar ook zoveel mogelijk van de uitzaaiingen. Hierbij kan het nodig zijn een gedeelte van de darm te verwijderen en een stoma aan te leggen. Deze operatie wordt ook wel een debulkingoperatie genoemd. Na de operatie volgt behandeling met zes kuren chemotherapie. Indien vooraf of tijdens de operatie wordt beoordeeld dat niet alle uitzaaingen operatief kunnen worden verwijderd, dan zal gestart worden met chemotherapie (inductie chemotherapie). Indien er na drie kuren voldoende afname heeft plaatsgevonden van deze uitzaaingen zal alsnog een operatie plaatsvinden (interval debulking). Hierna zullen nog drie kuren chemotherapie volgen.

Chemotherapie

Bij eierstokkanker in een gevorderd stadium is chemotherapie een belangrijk onderdeel van de behandeling. Chemotherapie bij eierstokkanker bestaat meestal uit zes kuren van drie weken waarbij verschillende medicijnenvia het infuus worden toegediend. Chemotherapie remt celdeling waardoor de kans op terugkomst van de ziekte wordt verkleind.

Operatie

Het komt vaak voor dat we eierstokkanker behandelen met een operatie. Er zijn twee soorten operaties.

Stadiëringsoperatie

Met deze operatie bepaalt de arts in welk stadium de kanker is. Als dat duidelijk is, kan direct worden besloten om bepaalde organen en weefsels te verwijderen (de baarmoeder, beide eierstokken, het lymfeklierweefsel langs de bekkenvaten en de grote lichaamsslagader of het vetschort dat voor de darmen ligt). Op verschillende plaatsen in de onder- en bovenbuik worden stukjes weefsel (biopten) voor onderzoek weggenomen. De operatie wordt vaak gevolgd door een behandeling met chemotherapie.

Debulkingsoperatie

Wanneer bij het vooronderzoek duidelijk blijkt dat het kankerweefsel ook buiten de eierstokken zit, wordt geprobeerd om dat weg te nemen. Ook worden dan beide eierstokken, de baarmoeder, het vetschort en soms zelfs een stuk darm of ander orgaan weggenomen. Hierdoor kan het voorkomen dat u (tijdelijk) een stoma krijgt. Een stoma is een kunstmatig gemaakte uitgang van de darm waaruit ontlasting of urine komt. Soms wordt pas tijdens de operatie duidelijk dat het tumorweefsel te groot is om weg te halen. Dan wordt de operatie tussentijds stopgezet. We proberen de tumor dan met chemotherapie te verkleinen. Als dat lukt kan er alsnog worden geopereerd.

HIPEC Hypertherme

Intraperitoneale Chemotherapie (HIPEC)is een combinatie van chirurgie en chemotherapie. Deze wordt toegepast bij vrouwen met uitgezaaide eierstokkanker in de buikholte, maar niet daarbuiten (stadium 3). Er wordt een buikspoeling met verwarmde chemotherapie gegeven: Hypertherme Intra PEritoneale Chemotherapie: HIPEC,  die de overlevingskans met 10 procent verbetert. Ook geeft de behandeling vrijwel geen extra bijwerkingen.

IP-Chemotherapie

Een andere mogelijkheid van het lokaal toedienen van chemotherapie, is de Intra Peritoneale toediening van chemotherapie gedurende een aantal maanden, tegelijkertijd met het toedienen van de chemotherapie, via een speciaal geplaatste katheter in de buikholte. Dit gebeurt altijd na een operatie.

Controles

Gedurende 5 jaar (minstens)  na de behandeling komt u een aantal keren voor controle bij de arts. Het eerste jaar is dat vier keer. Tijdens deze controles bespreekt de specialist hoe het met u gaat en wordt een lichamelijk onderzoek gedaan. We controleren vooral op uitzaaiingen en de terugkeer van de ziekte.

Palliatieve behandeling

Soms is genezing van eierstokkanker niet meer mogelijk. Dat wil niet zeggen dat de behandeling dan stopt. We behandelen dan verder met een nieuw doel: zo lang mogelijk leven met een goede kwaliteit. We noemen dat een palliatieve behandeling.
Voorbeelden zijn:

  • Palliatieve chemotherapie of hormoontherapie;
  • Bestraling/ Radiotherapie;
  • Palliatieve operatie om (delen van) het tumorweefsel weg te halen.

Afzien van behandeling

Een behandeling kan bijwerkingen met zich meebrengen. Het kost bovendien tijd en energie om naar het ziekenhuis te komen. Het is dus altijd de vraag of de voordelen opwegen tegen de nadelen. Een moeilijke afweging, want u weet van tevoren niet zeker hoe goed de behandeling zal werken. En ook niet hoeveel bijwerkingen u zult ondervinden. Uw arts zal alles met u doorspreken.

Het ontdekken van eierstokkanker en de behandeling ervan is zwaar en kan lichamelijk en geestelijk veel van u vergen. Zeker als u nog graag kinderen wilt kan dit zeer emotioneel zijn. Ook kunnen er problemen op seksuologisch gebied ontstaan. Praat over uw gevoelens met uw naasten, uw arts, oncologieverpleegkundige of met lotgenoten.

Samen beslissen over kanker

Als u kanker heeft, moet u vaak in korte tijd een besluit nemen over uw behandeling. Die behandeling kan ingrijpende gevolgen hebben voor uw leven, zowel op korte als op langere termijn. Om zelf mee te kunnen beslissen over uw behandeling informeert de specialist u zorgvuldig over de mogelijkheden, de gevolgen van de behandeling op uw dagelijkse leven voordat deze samen met u de uiteindelijke beslissing neemt. Weet ook dat u bedenktijd heeft.

Voordat u van de behandelend specialist een advies krijgt voor uw behandeling, wordt uw situatie met de andere specialisten van het behandelteam besproken. Deze specialisten werken intensief met elkaar samen en overleggen wekelijks over alle kankerpatiënten. Gezamenlijk stellen zij een advies voor uw behandelplan op. Meer informatie over samen beslissen krijgt u in deze video

Heeft u vragen?

Neemt u dan contact op met de polikliniek Oncologie tijdens het telefonische spreekuur op werkdagen van 09.00 tot 10.30 uur (015) 260 39 46 of de polikliniek Gynaecologie op werkdagen van 8.30 tot 16.30 uur (015) 260 42 07. 

Illustraties zijn beschikbaar gesteld door Roche Nederland.

Heeft u vragen?

De polikliniek Oncologie is bereikbaar op werkdagen van 08.30 tot 16.30 uur via
​(015) 260 40 80.

Mailen kan naar oncologie@rdgg.nl

Adres en routeplanner

Second opinion?

Twijfelt u over de diagnose of het behandelplan? U heeft het recht om een second opinion aan te vragen.

Informeer naar de mogelijkheden en bel ons op (015) 260 39 46.

Handige links

Aanvullende informatie over kanker vindt u op:

Verwijsgids Kanker

Kanker.nl

De invloed van kanker op uw leven