Ontslag & weer thuis

Uw behandelend arts of de verpleegkundige overlegt met u wanneer u weer naar huis kunt en bespreekt met u wat de eventuele nabehandeling zal zijn. Meestal is het zo dat u het ziekenhuis ’s morgens tussen 9.00 en 10.30 uur zult kunnen verlaten. Bij een dagopname is het tijdstip van uw ontslag afhankelijk van het tijdstip van de behandeling of operatie. De verpleegkundige van de dagbehandeling neemt na de behandeling of operatie contact op met uw contactpersoon om af te spreken wanneer u opgehaald kunt worden. Uw huisarts wordt op de hoogte gebracht van uw ziekenhuisopname en de eventuele nabehandeling.

Ontslaggesprek

De verpleegkundige houdt met u het ontslaggesprek voor u met ontslag gaat. Als u nog medicijnen of verbandmiddelen moet gebruiken, krijgt u een recept mee. U krijgt eventueel ook leefregels mee. Als het nodig is dat u na de opname terug moet komen op de polikliniek, krijgt u daarvoor een afspraak mee. De verpleegkundige zal u ook vragen naar uw mening over de zorg. Wij stellen het zeer op prijs als u uw medewerking hieraan verleent.

Mogelijkheden na ontslag

Transferpunt
Wanneer u thuis extra hulp nodig heeft, neemt de afdelingsverpleegkundige contact op met het Transferpunt. De transferverpleegkundige regelt bepaalde vormen van nazorg voor u, zoals plaatsing in het verpleeghuis, thuiszorg, of hulpmiddelen voor thuis.

Nazorg
Geriatrische revalidatiezorg  en Verpleeghuis informatie
Dit staat beschreven in de folder Schakelunit.

Kortdurend eerstelijns verblijf
Kortdurend eerstelijns verblijf is mogelijk als u om medische redenen tijdelijk niet thuis kunt wonen, bijvoorbeeld na ontslag uit het ziekenhuis. Ook in de laatste levensfase is kortdurende eerstelijns verblijf mogelijk, bijvoorbeeld als thuis geen terminale zorg gegeven kan worden.
Op  Regelhulp is de wegwijzer naar zorg en ondersteuning en vindt u meer informatie .

Thuiszorg informatie; de casemanager
Een casemanager staat naast een persoon(bijvoorbeeld met dementie)  vanaf de diagnose tot aan het overlijden of opname in een verpleeghuis. Voor mantelzorgers is de casemanager een luisterend oor en aanspreekpunt en wordt gezien als steun en toeverlaat.  Klik hier voor meer informatie 

Weer naar huis

U mag zelf niet terugrijden. Anesthesie beïnvloedt de rijvaardigheid. Reizen met openbaar vervoer is ook niet aan te raden. De verpleegkundige kan voor u een taxi bellen. Openbaar vervoer, taxi en eigen auto wordt niet meer door de zorgverzekeraars vergoed. Hierop bestaan enkele uitzonderingen. Informeert u hiernaar bij uw zorgverzekeraar.

Thuis

Na een dagopname wordt u, afhankelijk van de ingreep, de volgende dag of later door een verpleegkundige thuis gebeld om te vragen hoe het met u gaat. U kunt dan uiteraard ook vragen stellen. Blijft u na de ruggenprik de volgende dag thuis hoofdpijn houden, dan kunt u de anesthesioloog tot 12.00 uur bellen via (015) 260 30 60. Heeft u nog andere vragen dan kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek waar u onder behandeling bent of met uw huisarts. Voor spoedgevallen buiten kantoortijden kunt u bellen met de huisartsenpost of de SpoedEisende Hulp, (015) 260 38 45.

Vragen?

Bent u langer dan een dag opgenomen geweest en heeft u thuis nog vragen? Lees hier antwoorden op meestgestelde vragen bij ontslag

Folders (in PDF)