Anesthesie bij kinderen

Bij kinderen vindt een ingreep bijna altijd onder algehele anesthesie plaats. Bij jonge kinderen wordt meestal gebruik gemaakt van een kapje. De kinderen ademen door een kapje een mengsel van zuurstof en verdovingsmiddelen in.
In sommige gevallen is het veiliger om kinderen net als volwassenen via een slangetje of infuus in slaap te maken. Met een verdovende zalf wordt geprobeerd de prik zo min mogelijk pijn te laten doen.

Oudere kinderen worden meestal via een slangetje of infuus in slaap gebracht. Als het mogelijk is wordt rekening gehouden met de wensen van het kind. Nadat het kind slaapt kan in een aantal gevallen nog een aanvullende verdoving worden gegeven. Daardoor is de pijnstilling na de operatie beter.
Uw kind kan beter niet direct na een vaccinatie een ingreep ondergaan.

Tussen een Dktp-prik (Difterie Kinkhoest Tetanus Polio) en HIB-prik (Haemophilus Influenza B) en een ingreep moet twee dagen zitten.
Tussen een Bmr-prik (Bof Mazelen Rode hond) en een ingreep moet twee weken zitten.