Soorten anesthesie

1. Algehele anesthesie (narcose)

Bij een algehele anesthesie wordt via een naaldje in de hand een middel toegediend dat u in slaap brengt. Daarna wordt de algehele anesthesie voortgezet door middel van pijnstillers en gassen die via de longen worden opgenomen of door medicijnen die via een infuus gegeven worden. 

Veel mensen zijn bang voor misselijkheid. Met de moderne middelen komt dit veel minder voor dan vroeger. Er blijven helaas altijd ingrepen, die vaak misselijkheid veroorzaken. Verder zijn sommige mensen erg gevoelig voor misselijkheid. Indien u erg misselijk bent geweest bij vorige ingrepen laat het dan weten.
Bij sommige kleine ingrepen wordt geen algehele anesthesie gegeven, maar zogenaamde Sedatie-analgesie. Hierbij wordt een combinatie van een pijnstiller en een kortwerkend slaapmiddel gegeven. U merkt heel weinig van de ingreep, maar bent toch niet volkomen onder anesthesie.

2. Plaatselijke anesthesie 

Plaatselijke verdoving is de andere vorm van anesthesie. Als het om een groot deel van het lichaam gaat spreken we van regionale anesthesie. De zenuwen naar dat deel van het lichaam worden geblokkeerd met een medicijn. De bekendste vorm van regionale anesthesie is de ruggenprik (of spinale anesthesie). Deze techniek kan gebruikt worden bij operaties van de onderste lichaamshelft. Er wordt een verdovingsvloeistof ingespoten in de rug.
Het onderlichaam wordt eerst warm en gaat tintelen. Daarna wordt het onderlichaam gevoelloos. Ook kunt u vaak de benen niet meer bewegen. Wel blijft meestal een vaag gevoel bij aanraken aanwezig. Bij deze verdoving blijft u bij bewustzijn. Als u dat wilt kunt u een licht slaapmiddel krijgen.( Bij sommige mensen werkt dit zo sterk, dat zij zich achteraf niets meer van de operatie herinneren).
De kans op misselijkheid is veel kleiner dan bij algehele anesthesie. Een enkele keer komt na een ruggenprik hoofdpijn voor. Indien deze niet vanzelf over gaat of erg hevig is moet u hierover contact opnemen met 015-260 3060 en naar de dienstdoende anesthesist vragen. Veel mensen klagen over wat rugpijn na een ruggenprik. Dit komt ook voor na een algehele anesthesie en heeft vaak meer te maken met het liggen op de operatietafel dan met de ruggenprik.

Bij ingrepen aan de schouders, armen of handen kunnen soms ook de plaatselijke zenuwbundels verdoofd worden. Dit kan met een prik in de hals of oksel. Een andere veel gebruikte techniek is het inspuiten van verdovingsvloeistof in een van de bloedvaten van de arm.
De verdovingsvloeistof wordt dan in de arm gehouden door een strakke band om de bovenarm.

Bij sommige oogoperaties kan het oog verdoofd worden door prikken rondom het oog. Daarbij wordt vaak de oogzenuw zelf mee verdoofd. Daardoor kunt u tijdelijk minder of niets zien met het oog. Bij deze operatie krijgt u geen licht slaapmiddel, omdat u in uw slaap onverwachte bewegingen zou kunnen maken.

3. Combinaties

Bij sommige grote of pijnlijke ingrepen wordt een combinatie van algehele anesthesie en plaatselijke anesthesie toegepast. Het doel is om na de operatie een zeer goede pijnstilling te bereiken. Meestal wordt een zeer dun slangetje in uw rug ingebracht ( een zogenaamde epidurale catheter).Dit slangetje wordt verbonden met een medicijnpomp naast uw bed. De pomp dient u gedurende enkele dagen continu pijnstillende medicatie toe. Het slangetje is zo dun, dat u er zonder problemen op kunt liggen. In tegenstelling tot wat sommige mensen denken blijft er geen naald achter in uw rug.

4. Welke vorm van anesthesie krijgt u 

In sommige gevallen is er geen keuze en kan alleen algehele anesthesie gegeven worden. Als er meerdere mogelijkheden zijn en u bent goed gezond kunt u meestal zelf kiezen. Soms is er een speciale reden om een bepaalde vorm van anesthesie te kiezen.
Die reden wordt uiteraard met u besproken. Ook als u niet volledig gezond bent kan het zijn, dat de anesthesioloog een bepaalde methode veiliger vindt.

Borstvoeding en anesthesie

Vrouwen die borstvoeding geven, dienen de eerste 24 uur na de operatie de borstvoeding af te kolven en deze niet aan de baby te geven.