Oorzaken van trombose

Een trombose kan ontstaan door verschillende oorzaken. Vaak spelen meerdere oorzaken een rol. In de helft van de gevallen is helemaal geen aanleiding te vinden en ontstaat spontaan een stolsel. Er zijn drie hoofdgroepen te onderscheiden, die tegelijkertijd kunnen spelen. Dat zijn een beschadiging aan de bloedvatwand, een vertraagde bloedstroom en een veranderde samenstelling van het bloed. De oorzaken worden hierna verder uitgelegd.

Een beschadiging aan de bloedvatwand

Een trombose kan ontstaan als een bloedvat is beschadigd. Dat kan gebeurden door een ongeval of bij operaties als er gesneden moet worden. Bepaalde ongevallen of operaties brengen een groter tromboserisico met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan een gebroken been of enkel, knie- en heupoperaties.

Een vertraagde bloedstroom

Wanneer de bloedstroom is vertraagd, is er een grotere kans op het ontstaan van trombose. De bloedstroom in de aders wordt geholpen door spieractiviteit. Bij langdurige bedrust, na bijvoorbeeld een operatie en verminderde mobiliteit door bijvoorbeeld een gebroken been of tijdens een lang vliegreis, vertraagt de bloedstroom waardoor er ongewenst stolsels kunnen ontstaan.

Een veranderde samenstelling van het bloed

De samenstelling van het bloed luistert nauw. Wanneer de samenstelling verandert, dan kan dit een verhoogd risico geven op trombose. Wanneer het bloed bijvoorbeeld te ‘dik’ is, dan wordt de stroming belemmerd. Dit wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door een teveel aan bloedcellen. Ook zijn er enkele genetische factoren bekend (onder meer de factor V Leiden) die de samenstelling van het bloed veranderen en daardoor het risico op trombose verhogen. Soms is er sprake van een onderliggende ziekte die de samenstelling van het bloed verandert. Algemene gezondheidsvragen en een algemeen bloedonderzoek kunnen hier een beeld van geven.

Anticonceptiepil
Wanneer u een anticonceptiepil gebruikt, verandert de samenstelling van uw bloed. Uw bloed bevat dan namelijk meer vrouwelijke hormonen. Daarmee neemt het risico op trombose toe. Jonge, gezonde vrouwen hebben een kleine kans om trombose te ontwikkelen als zij alleen de pil gebruiken en er geen sprake is van andere verhoogde risicofactoren op trombose (zoals minder beweging of een erfelijke aanleg voor trombose). Als u boven de 40 jaar oud bent en de pil slikt, dan neemt het risico verder toe. Helaas is lang niet altijd goed in te schatten in welke gevallen u beter wel of geen pil kunt slikken. De meeste vrouwen die al eens een trombose hebben doorgemaakt, wordt geadviseerd een andere vorm van anticonceptie te gebruiken. Gedurende het gebruik van antistollingsmiddelen kunt u de pil wél gebruiken. De antistollingsmiddelen beschermen u tegen een nieuwe trombose terwijl de pil de hoeveelheid bloedverlies tijdens de menstruatie juist kan remmen. Zodra u stopt met uw antistollingsbehandeling is het raadzaam om met uw behandelend arts te bespreken welke vorm van anticonceptie het meest geschikt is.

Afspraak maken

Op werkdagen van
8.30 tot 16.30 uur:

015 - 260 40 80