Vier generaties in Reinier de Graaf: “De vrouwen in onze familie werken er en de mannen zijn patiënt”

Als kind kwam Jorien (32) al regelmatig in het Reinier de Graaf ziekenhuis, waar haar moeder Joke (61) al jarenlang werkt.

vier generaties in Reinier

Tijdens haar studie werkte Jorien op verschillende verpleegafdelingen als afdelingssecretaresse. Daarna werkte ze jarenlang op de afdeling Cardiologie. In die periode werd haar zoon Kalle (4) geboren, die ernstig ziek werd als baby. Hij kreeg zijn behandeling deels in Reinier de Graaf. Ook opa Piet (85) is patiënt in ons ziekenhuis.

Jorien: “Ik voel me thuis in Reinier de Graaf. Ik ben hier niet alleen geboren, maar als kind kwam ik hier al door het werk van mijn moeder. Via haar kreeg ik mijn eerste vakantiebaantje in de ziekenhuiskeuken. Toen ik later geschiedenis studeerde, viel ik als oproepkracht in als secretaresses ziek of op vakantie waren. Na mijn studie viel het niet mee een baan te vinden, maar kon ik na een tijdje aan de slag als secretaresse op de afdeling Cardiologie. Vier jaar geleden werd onze zoon Kalle geboren. Door zijn ziekte leerde ik het ziekenhuis van een andere kant kennen. Sinds hij weer gezond is, heb ik weer de ruimte voor een nieuwe uitdaging en sinds kort werk ik als researchcoördinator Cardiologie, uiteraard in Reinier de Graaf. De ideale combinatie van mijn onderzoeksachtergrond en mijn jarenlange ervaring op de hartafdeling!”

Kalle
Jorien: “Kalle was negen maanden oud toen hij ziek werd. Hij had leukemie. We gingen een behandeltraject in bij het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie. Nadat we eerst een meebehandelend ziekenhuis in Rotterdam hadden, kozen we na een tijdje toch voor Reinier de Graaf als ‘shared care’ ziekenhuis. We hebben namelijk zo’n goed gevoel bij dit ziekenhuis. Twee jaar lang kreeg Kalle chemokuren. Een tijd lang kon hij niet meer eten door de chemo en kreeg hij sondevoeding. De vele medische behandelingen, zoals het inbrengen van infusen en de voedingssondes, zijn traumatisch geweest voor Kalle. Inmiddels is hij lichamelijk hersteld, maar hij had intensieve therapie nodig om alle heftige ervaringen uit zijn ziekteperiode te verwerken. Inmiddels gaat het beter met hem. Daarnaast heeft hij autisme en gaat hij momenteel niet naar school, omdat hij nog niet praat. Stap voor stap krijgt hij meer vertrouwen en zien we hem vooruitgaan.”

Joke: “In 1978 begon ik voor het eerst als leerling röntgenlaborant in Reinier de Graaf. In 1987 vertrok ik voor een paar jaar. In die periode heb ik een studie gevolgd en twee kinderen gekregen. In  1991 ben ik weer teruggekomen in Reinier. In de loop van de jaren is er veel veranderd. Zo heet mijn functie inmiddels ‘laborant medisch beeldvormende technieken’. Ik kreeg nog twee kinderen en na mijn scheiding ging ik fulltime werken. Ik draai veel nachtdiensten, want ook dan doen we onderzoeken, zoals CT-scans. Ik vind het belangrijk net even dat beetje extra te geven aan mensen, zodat ze met een glimlach weggaan. Ik heb het erg naar mijn zin in dit ziekenhuis. In de periode dat ik alleenstaande moeder was, kreeg ik altijd de diensten die ik had aangevraagd. Zo fijn dat er aandacht is voor je persoonlijke situatie en wensen. Nu ik deels als planner werk, probeer ik dat ook voor mijn collega’s zo goed mogelijk te regelen. Ik vind het bijzonder dat mijn dochter hier ook werkt. En in de periode dat mijn kleinzoon Kalle ziek was, kon ik in mijn pauze even bij hem langs. Dat was zo waardevol.”

Piet

Joke: “Mijn vader Piet is inmiddels 85 en ook hij is bij verschillende specialismen in Reinier de Graaf onder behandeling geweest. Jaren terug kreeg hij een hartinfarct en kwam hij bij de afdeling Cardiologie. Inmiddels is hij gediagnosticeerd met hartfalen. Ook heeft hij de afgelopen jaren meerdere herseninfarcten gehad. Gelukkig is hij hier goed doorheen gekomen. Daarnaast is hij succesvol bestraald voor prostaatkanker. Hij hoeft nog maar eens per jaar terug naar de uroloog voor controle, dus gelukkig komt hij momenteel maar weinig in het ziekenhuis. Hij is altijd sportief geweest en heeft jarenlang getennist, totdat hij blind werd aan één oog. Maar ondanks dat blijft hij een doorzetter.”